Een overpeinzing…

 

 

 

En dan is daar Freire, ik heb moeite met de vormgeving van zijn curriculum, omdat ik het zo een, twee, drie niet kon plaatsen in een moderne school in Nederland. Freire werkt vanuit de theorie van de onderdrukten. Onderdrukten in Nederland…op mijn school…?

 

 

Maar tijdens een ontspannen gesprek met een collega in het zonnetje op het schoolbalkon, werd ik me bewust van het feit dat er heel veel leerlingen zijn met problemen, leerlingen die veel in het huishouden doen. Zorgen voor een zieke ouder of ouders die op een andere manier niet in staat zijn op de gewenste wijze voor hun kinderen te zorgen. De leerling die thuis geen Nederlands spreekt waardoor er een taalachterstand aanwezig blijft. En dan is daar nog Ilich die aangeeft dat geen enkele school in de wereld het verschil tussen arm en rijk heeft op kunnen lossen. Is dit, de theorie van de onderdrukten, dan toch iets waar ik misschien iets mee kan, idealistisch als ik ben?

Ook hier zie ik regelmatig de grote verschillen tussen arm en rijk, onderweg naar school fiets ik met vaak een dakloze meneer voorbij, voor hem neem ik regelmatig brood mee zodat hij heel even geen honger hoeft te hebben. Is de theorie van Freire dan een die ik zomaar links kan laten liggen of waar ik toch nog even goed naar moet kijken of ik er misschien wel iets mee kan.

Ik kan me dan ook wel vinden in het feit dat Freire de dialoog centraal stelt. Hij doet dit door uit te gaan van de taal van de leerling en aan te sluiten op hun denkniveau, hij respecteert hun visie op de werkelijkheid zoals die zich aan hen laat zien. De kern van zijn idee is dat de lerende zijn leefsituatie kritisch bekijkt en dit de basis laat zijn van het leerproces om de leefsituatie te verbeteren. Dit zou ik mooi mee kunnen nemen in de analyse fase om kunst onder de aandacht van de leerlingen te brengen, want is kunst er alleen voor hen die het zich kunnen veroorloven, of voor hen uit de betere milieus?