Wat wil je leren?

 

 

De vraag ‘wat gaan we leren?’ is een van de  kernvragen bij onderwijsontwikkeling. Over wat de leerlingen moeten leren lopen de meningen veelal uiteen. Elke school kiest zijn eigen invulling gebaseerd op de kerndoelen en de eindtermen die door de overheid zijn opgesteld.

 

 

 

De Tyler rationale stelt dat er drie onderdelen zijn die de school in het curriculum moet nastreven, namelijk: De student, het onderwerp en de maatschappij. Door van den Akker is daar de school aan toegevoegd. Denk daarbij aan de uitspraken van en de visie op leren van de leerling, de specifieke regelgeving binnen het vak, bepaalde maatschappelijke en beroepsmatige ontwikkelingen en de richting van het schoolprogramma en haar beleid.

 

 

Uitspraken op deze vier doelen en inhouden dienen als ankerpunten in het ontwikkelproces. Ze vormen het midden van het curriculaire spinnenweb. In het centrum van dit spinnenweb staat de visie in het midden, van daaruit beïnvloed het de negen leerplanaspecten.

 

Dan is daar de vraag, welke visie staat centraal op het Montaigne Lyceum? Men wil dat de leerling de school verlaat met een diploma-plus: naast het opdoen van kennis staat het verwerken van inzichten en de vaardigheden om iets met die inzichten te doen centraal. Men gaat er vervolgens van uit dat deze doelstelling alleen te realiseren is met een op maat gemaakt, contextrijk onderwijsaanbod. Dit houdt in dat het invullen van invulbladen en formats en het enkel en alleen werken met een methode niet volstaat.

Deze nobele doelen en de tien van Montaigne sluiten goed aan bij het sociaal constructivisme waarin de context belangrijk is. Hierin staat het kunnen toepassen van kennis centraal. Kennis kan hier namelijk niet losstaan van de toepassing, anders heeft ze geen waarde. Leren is een continu en levenslang proces. Het werken in de sociale context is belangrijk, samenwerken aan opdrachten, dit werkt ondersteunend en het laat de leerlingkennismaken met de ideeen van de andere leerlingen met betrekking tot het onderwerp. Bij het ontwikkelen van de lessenreeks ga ik daarom uit van het sociaal constructivisme.