Een witte plant in een bedrijfsoutfit

Het is tijd om te starten en af te reizen naar de nog onontdekte delen van het universum met dit werk van Michael Rea. Het ziet er nog wat losjes uit maar wanneer het een geheel is, kan ik me zo voorstellen dat we ermee op reis kunnen.

Ook dit jaar zullen de verschillende onderdelen van de studie weer opgebouwd worden en aan het eind van dit tweede jaar hoop ik alle onderdelen van de Master Leren en Innoveren te beheersen en zo een nieuwe dimensie aan mijn docentschap toe te kunnen voegen.

 

Tijdens de voorbereiding op dit tweede studiejaar werd van ons gevraagd waar we anderen mee zouden kunnen helpen en waar we wel wat hulp bij konden gebruiken. Aan het begin van het eerste studiejaar hebben we de Belbin test gedaan, toen was ik ineens meer bedrijfsman en stond de plant, vroeger altijd bovenaan, ineens op de tweede plek. In hoeverre heeft de studie mijn rollen beïnvloed, daar was ik nieuwsgierig naar. Dus nogmaals de test gedaan, nu hebben de bedrijfsman en de plant samen postgevat aan de top en delen ze de eerste plaats. Wat maakt mij dit dan vroeg ik me af.

Nou dit, ik ben  creatief en heb een hoop verbeeldingskracht, daarnaast wil ik origineel en onafhankelijk zijn. Ben ik dominant en eigenzinnig en verlies ik zo af en toe wel eens de realiteit uit het oog. Ik ben gevoelig voor waardering en kritiek😉. Dat brengt de bedrijfsman in mij dan weer in balans door een echte ijverige uitvoerder te zijn die stabiel en beheerst is en soms ook gewoon saai. Maar wel loyaal, vasthoudend en nuchter.

Met een knipoog naar Simon Sinek durf ik te zeggen dat ik geloof dat iedereen het recht heeft zich optimaal te ontwikkelen, waar we ook wonen en wie we ook zijn. Daar geloof ik in, dat vindt ik belangrijk. Maar wat heb ik te bieden aan mensen die dezelfde overtuiging met mij delen? Een creatieve kijk op de dingen waar je mee bezig bent, ik kan ook een creatieve hand laten gaan over de vormgeving van een stuk. Denk graag samen losjes na over allerlei mogelijke invalshoeken en ben altijd bereid je te helpen, door stukken te lezen en van feedback te voorzien.

En dan nu het begeleiden en initiëren van vernieuwingen, een nieuw avontuur in het land van de Master Leren en Innoveren. Helaas kwam het me maar al te herkenbaar voor, 70% van de voorgenomen innovaties in onderwijsland mislukken.

“Meestal begint een innovatie met het formuleren van de gewenste vernieuwing. Niet altijd is het beeld helder, noch voor bestuurders, noch voor medewerkers. Met name de ‘uitvinders’ van de innovatie zijn gedreven en zien vaak niet dat het voor anderen een probleem is.'” (Teune, 2008, p. 13). Oh, oh, daar zit je dan als plant, want ik herken dit maar al te goed, je komt iets tegen en denkt dat dit dé oplossing voor een probleem kan zijn, om je heen vraagt men zich af welk probleem dat eigenlijk is, en je gaat er gelijk mee aan de slag. Dan eindig je met een mooi product dat niemand gebruikt. Zo’n idee behoort dus tot de eerder genoemde 70% die mislukken.

Er valt dus veel te leren van de 30% van innovaties die wel lukken. Wat zijn daar nu de kenmerken van?

 

 

 

 

 

 

 

 

Een innovatie heeft een kans  van slagen wanneer het idee van de vernieuwing aansluit bij de filosofie van de werknemer. Simon Sinek noemt in zijn TED talk ‘de gouden cirkel’. De buitenste ring wordt gecontroleerd door de neocortex, hiermee kunnen we taal begrijpen. Maar het deel in de hersenen dat beslissingen neemt is het lymbisch systeem, en hierin vallen het hoe en waarom. Met dit deel van je hersenen doe je dingen op gevoel. Mensen willen niet Wat je ze te bieden hebt maar Waarom je doet wat je doet. Daarom is het belangrijk mensen aan te trekken die geloven in wat jij gelooft, opdat ook zaken als onderwijsvernieuwingen kunnen slagen. Omdat men gelooft in wat jij gelooft en zij er alles aan willen doen om de droom, datgene waar je met elkaar in gelooft, waar te maken.

Hoe stond ik dan in mijn tijd als Plant in dit verhaal. Ben ik iemand die op bovenstaande wijze communiceerde? Hmm, nee. Er kwam een mooi idee voorbij, aanpakken, uitwerken en zo in de groep gooien…maar dat werkt dus niet.

Om meer inzicht te krijgen in mijn persoonlijke stijl van veranderen heb ook ik de Kleurentest via Twynstra Gudde gedaan. Hieruit komt dat ik een witte veranderaar ben. Een witte veranderaar? Volgens de beschrijving ga ik uit van de zelforganiserende vermogens van mensen en hun organisaties. De witte veranderaar richt zich daarbij op het herkennen van patronen, het stimuleren van betekenisgeving en het wegnemen van blokkades. De voorspelbaarheid van witte veranderingen is beperkt. Maar de witte veranderaar hecht weinig waarde aan voorspelbaarheid. Het doel, dat vooraf nauwelijks wordt omschreven, wordt stap voor stap benaderd. En oeps, planning, sturing en voorspelbaarheid zijn in deze witte verandertrajecten vrijwel irrelevant. De ‘natuurlijke weg’ van de mens staat bij hen centraal. Hier zal toch een en ander dienen te veranderen willen ‘mijn veranderingen’ aanslaan.

Oef, werk aan de winkel. Op naar de literatuur en een analyse van het proces van een onderwijsvernieuwing op het Montaigne Lyceum.