Inleiding LA3

 

Om tot een prima eindwerk te komen moet je bij het begin beginnen, een inleiding dus. Pas later, na veel schrijf en schrapwerk zal er een eindproduct liggen. Het eindproduct van het werk hiernaast laat dan ook net als een eindversie van LA3 nog even op zich wachten.

De inleiding, zoals deze er nu ligt, willen we wel met jullie delen. We, ja, we, want deze opdracht schrijven we samen, Manon Verschoor, manonverschoor.wordpress.com, en ik gaan de innovatie ‘Montaigne Projecturen ‘analyseren.

 

1. Inleiding

In deze paper maken wij een kritische analyse van de ingevoerde Montaigne Projecturen (mpu) op onze school, het Montaigne Lyceum. Aangezien dit de enige recente echte onderwijsvernieuwing is zullen we de opdracht van dit leerarrangement samen vormgeven. Er zijn naast deze innovaties wel veranderingen geweest die meer organisatorisch van aard waren zoals een verandering in lestijden, de lessentabel en instructietijd. De invoer van de mpu is echter de enige echt onderwijskundige verandering. “Een innovatie ontstaat wanneer een docent een bewuste verandering in doceren, het curriculum of leerstrategie introduceert die anders is dan de vroegere manier van werken” (Hattie p 251).Daarnaast is deze innovatie voor de school erg belangrijk. Met dit projectonderwijs moet de schoolvisie echt vorm krijgen en het werken aan competenties naar een hoger plan getild worden. Daarbij hebben we beide ook taakuren gekregen om te ondersteunen bij het ontwikkelen van nieuwe projecten waardoor we nauw betrokken zijn en de verbeterpunten deels dan ook direct kunnen implementeren.

De aanleiding voor het invoeren van de mpu moet gezocht worden in de ervaring van de docenten op het leerdomein. In deze grote en multifunctionele ruimte werken alle leerlingen ongeveer 10 uur in de week. De docenten zijn de domeinuren echter steeds meer gaan ervaren als een huiswerkklas waar zij als politieagent aan het begeleiden waren. Het oorspronkelijke idee van het leerdomein, het begeleiden van individuele en kleine groepjes leerlingen, zowel vakinhoudelijk als op het gebied van competenties, werd niet (voldoende) bewerkstelligd.

Daarnaast gaf de onderwijsinspectie in het meest recente rapport (literatuurverwijzing) aan dat het rendement van het leerdomein omhoog moest.

Bovenstaande is de aanleiding geweest voor het op zoek gaan naar een manier van werken die meer recht doet aan de identiteit van de school. Het Montaigne wil meer doen dan het aanleren van vakkennis, het wil ook gerichter werken aan  het ontwikkelen van competenties.

Onze voormalig conrector, Jan Vesseur, kwam met het projectonderwijs van Jos de Kleijn. Deze heeft zijn opzet van projectonderwijs uiteengezet in zijn boek ‘de VMBO-ICT route’ (2006).

Dit projectonderwijs is ontwikkeld vanuit een sociaal constructivistische visie. In de analyses die wij voor LA1 hebben gemaakt hebben we geconcludeerd dat het Montaigne Lyceum, in ieder geval op papier, ook een sociaal constructivistische onderwijsvisie heeft (Manon Verschoor (2011) en Monique van der Steen (2011)).

Het projectonderwijs, bij ons genaamd de Montaigne Projecturen (mpu), houdt in dat er in groepjes wordt gewerkt aan omvangrijke opdrachten. Via vooronderzoek werken de leerlingen zelfstandig toe naar een eindproduct. Voor elk project hebben de leerlingen 4 uur in de week gedurende 8 á 9 weken.

De analyse zal uitgevoerd worden aan de hand van een analysemodel dat opgesteld is aan de hand van het boek The new Meaning of Educational Change van Michael Fullan. Daarnaast gebruiken we ook de input van Peter Teune (2006). We zullen bij de analyse ook analysemodellen (uit 75 modellen uit het onderwijs) en bestaand onderzoek (onder andere van Liesbeth Baardman) naar de mpu gebruiken.

Binnen deze analyse zal eerst de innovatie uitgebreider beschreven worden, hierin zullen we ook kijken naar wat Hattie aangeeft over de onderdelen en principes van het projectonderwijs zoals vormgegeven in de mpu (hoofdstuk 2). Daarna beschrijven we de kritische analyse van het innovatieproces volgens de fasen die Fullan (2007) aangeeft (hoofdstuk 3). Naar aanleiding van de analyse en op basis van literatuur geven we daarna een adviezen ter verbetering van de mpu zelf, het lopende proces en toekomstige innovatieprocessen. Na de literatuurlijst eindigen we met een zelfreflectie en een reflectie op het gezamenlijk werken aan de analyse.